Submitted by andre on

In de vorige aflevering hebben we gezien dat kleuren onder water verdwijnen doordat water niet alle kleuren van het zonlicht even gemakkelijk doorlaat. Hierdoor ontstaan blauwe, contrastarme opnames. Dit kun je voorkomen door een roodfilter te gebruiken. Een roodfilter werkt alleen goed als er voldoende licht aanwezig is. Als dat niet het geval is, kun je altijd zelf nog licht meenemen: flitsers.

Tekst & Fotografie: André Crone

Onderwaterflitsers zijn in vele varianten beschikbaar. De hoeveelheid licht die ze kunnen afgeven en de hoek waarin het licht beschikbaar wordt gesteld, bepalen in grote mate de specificaties en de prijs van een onderwaterflitser. De kracht van een flitser wordt aangegeven met het zogenaamde richtgetal. Hoe groter het richtgetal, hoe sterker de flitser. Jammer dat sommige fabrikanten een richtgetal opgeven dat boven water geldig is, want dan is het getalletje groter. In dat geval moet je het opgegeven getal ongeveer door drie delen om een indruk te krijgen over hoe sterk de flitser onder water is. Als je het richtgetal weet, kun je uitrekenen hoe je de camera moet instellen bij een bepaalde opnameafstand. Niet altijd even praktisch, want hoe meet je de afstand van je camera tot een onderwerp onder water? En wat is het exacte richtgetal? Moet je in jouw geval het richtgetal nog delen door drie? Dan zijn er twee manieren om de juiste instelling van je flitser te bepalen.

Automatisch flitsen
Automatisch flitsen heet ook wel TTL-flitsen. TTL staat in dat geval voor Through The Lens. Dit is een oude term die al gebruikt werd in het analoge fotografietijdperk. Bij TTL-flitsen stuurt de camera de flitser aan. De camera bepaalt in dat geval dus de hoeveelheid licht die de flitser moet opleveren. Dat doet de camera door op slimme wijze te meten hoeveel licht nodig is om een correcte belichting te krijgen. Iedereen kent de voorflitsen wel voordat de camera een opname maakt. Deze voorflitsen worden onder andere gebruikt om uit te rekenen hoeveel licht de flitser moet geven tijdens de opname. De exacte werking van TTL laten we verder achterwege in dit verhaal.

Bij deze opname zijn twee flitsers gebruikt. Een van de flitsers flitste recht door het onderwerp heen richting te camera.
Er is recht in de camera geflitst, waardoor lichte randen ontstaa

Veel mensen denken dat automatisch, in dit geval TTL, altijd tot correcte opnames leidt. Maar automatische instellingen zijn gemaakt voor gemiddelde omstandigheden en dan kun je ook niet meer dan gemiddelde resultaten verwachten. TTL-flitsen is vaak maar beperkt mogelijk bij bepaalde combinaties van camera’s en flitsers. Er zijn vaak, maar ook weer niet altijd, elektronische adapters nodig om een en ander goed te laten werken. TTL kan soms prima werken, maar veel controle over het heb je niet.

Handmatig flitsen
Bij handmatig flitsen bepaal je zelf hoeveel licht de flitser moet afgeven tijdens de opname. Hierdoor heb je volledig controle over het eindresultaat. De lichtopbrengst van de flitser blijft constant als je niet aan de instelling van de flitser zit. Bij TTL is die opbrengst niet constant als het onderwerp bijvoorbeeld veel beweegt. Vergeet de theorie over richtgetallen, die is niet meer nodig voor de digitale fotograaf. De theorie kan je hoogstens meer inzicht geven in de achtergrond van handmatig flitsen. Je kunt met een digitale camera, zoals we in deel één van deze serie hebben gelezen, de juiste belichting prima bepalen door het histogram van je opname te beoordelen. Aan de hand van het histogram kun je bepalen of je opname te donker of te licht is. In dat geval kun je de flitser wat sterker of zwakker instellen. Handmatig flitsen geeft je heel veel controle over de belichting van je opname. In de praktijk werkt dit zeer eenvoudig. Zet je over het gevoel heen dat automatisch flitsen goed werkt en probeer eens handmatig te flitsen. Je zult zien dat je met een beetje oefening goed belichte flitsopnames zult krijgen.

Dit is een typische menglichtopname waarbij zonlicht en flitslicht met elkaar in balans zijn gebracht.
Deze rog was te groot om met één flitser te fotograferen. Vergeet in dat geval dan ook niet om twee flitsers aan te zetten. De rechter flitser stond helaas uit toen deze opname is gemaakt.
Zelfs onder donkere omstandigheden zoals hier onder dik zeeijs is het mogelijk om flitslicht te mengen met zonlicht.
Bij deze opname van de mond van een enorme naaktslak is richting de camera geflitst. Hierdoor is het dier in zijn mond lichter dan normaal.

Compact camera’s
Compact camera’s hebben een kleine ingebouwde flitser die relatief dichtbij de lens is geplaatst. Het licht van deze flitsers gaat dan ook recht vooruit naar het onderwerp. Nadeel is echter dat dit licht ook recht op het in het water aanwezige zweefvuil valt, waarna het licht direct zal terugkaatsen naar de camera. Hoek van inval is immers hoek van terugkaatsing. Hierdoor zie je zweefvuil prominent in beeld bij een compact camera, vaak in de vorm van grote vlokken.

  
  


Het is daarom aan te raden om – ook in het geval van een compact camera – een externe flitser te gebruiken. Deze externe flitser gebruik je voornamelijk, omdat je minder zweefvuil in je opname wilt zien en niet eens omdat de interne flitser niet sterk genoeg zou zijn. Neem als vuistregel dat de flitser met een hoek van ongeveer 45 graden op het onderwerp moet zijn gericht. Hierdoor valt niet al het door zweefvuil weerkaatste licht direct terug in de lens. Je opnames zien er schoner uit en zullen veel minder zweefvuil laten zien.

Meerdere flitsers
Een bekende Nederlandse onderwaterfotograaf heeft wel eens de volgende uitspraak gedaan: ‘Eén flitser is geen flitser’. Moet je altijd twee of meer flitsers gebruiken? Natuurlijk niet. De meeste opnames kun je prima met één flitser maken. Het gebruik van meerdere flitsers maakt het wel mogelijk om hele grote onderwerpen, zoals mantaroggen, volledig in te flitsen. Het gebruik van meerdere flitsers maakt het ook mogelijk om wat creatiever om te gaan met flitslicht.

Onderwaterfotografie is flitsfotografie. Er is in de natuurfotografie waarschijnlijk geen specialisme te vinden waarin zoveel met flitsers wordt gewerkt. Toch blinken wij onderwaterfotografen niet echt uit in creatief flitsen. We zijn al blij als je flitser het onderwerp afdekt en als de belichting enigszins correct lijkt te zijn. Er is een groot verschil tussen de saaie ingeflitste onderwaterfoto’s en wat artistieke fotografen boven water met een flitser bereiken. Het wordt tijd dat onderwaterfotografen eens goed kijken naar de trends die dergelijke fotografen zetten. Ga eens aan de slag met meerdere flitsers. Flits eens door het onderwerp heen richting te camera. Probeer een goede balans tussen de achtergrond en de ingeflitste voorgrond te krijgen. Speel met licht en schaduw om meer diepte in je opname te krijgen. Koop de volgende keer een modeblad als je toch in de winkel staat voor DuikMagazine en laat je inspireren door de sterke techniek van studiofotografen.

Het zicht is niet heel erg goed tijdens deze duik. Toch kun je door niet recht vooruit te flitsen en door de flitsers ver van de camera te plaatsen toch opnames maken tijdens dergelijke omstandigheden.
Dit Egyptische rif is enorm. Twee flitsers zijn los neergelegd en twee flitsers zaten vast aan de camera.
Deze opname is moeilijk te maken als je vertrouwt op de automatische instellingen van je camera, omdat de vissen snel te licht zijn. Eenvoudiger is je flitsers handmatig instellen.

De auteur

André Crone is een vast gezicht voor Duikmagazine. Hiernaast publiceert hij ook regelmatig in internationale tijdschriften zoals Unterwasser, SvbAqva en Neptune. Hij heeft ook een groot deel van de NOB specialty digitale onderwaterfotografie geschreven. Kijk voor meer informatie over onderwaterfotografie- cursussen en workshops op www.elysia.nl. Tijdens deze cursussen wordt nog meer informatie over de achtergrond van de beschreven onderwerpen gegeven.

Tags: 

Article type: 

Comments

flitsers

ik vind het super het wordt ook heel duidelijk uitgelegt ,volverwachting kijk ik naar je vervolg series ,

Add new comment

Filtered HTML

  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.